Nachtdwalen

Omhels ik maar de nacht
Want in eenzaamheid dolend
Naamloos door de stad
Van zinloze plannen gemaakt
Door dromers hoofden
In een leven dat ons
Slechts éénmaal overkomt
Ongewild en onverwacht

Advertenties

Gelijk

Ik ben gekomen op het moment van de dag waar weinig er nog toe doet. Op het uiteinde van de tafel staat een lege fles whiskey en ik word vergezeld door zijn leegheid. Alsof er nooit iets anders geweest is, sla ik die leegte als een troostend deken om me heen. De kamer is klaar genoeg om te zien wat ik denk, maar voldoende duister om in gedachten te verdwalen. Ik geef niet om de stilte, want dat is het hier nooit. Uit de nacht leeft enkel een onbetekenend gezoem op. Het zijn de wolken die over elkaar schuiven of wagens in de verte. Nooit is het ergens helemaal stil. Tegenover mij zit een man. Het lijkt er op dat ik hem ken. In een vaag verleden is hij mij geweest, al ben ik te laf om dat toe te geven. Straks vraagt hij me of ik hier de liefde ooit zal vinden en terwijl ik voor me uit staar, zal ik hem negeren omdat ik het antwoord wel weet maar niet onder ogen wil zien. Zo zal ik blijven zitten, tot de morgen de zogezegde stilte weer doorbreekt met z’n nietszeggendheid. Onzin als gekraai der dageraad. Een opeenstapeling van mooie woorden tot we alles kapot redeneren, tot de wereld stopt met draaien en iedereen beseft wat ik al jaren volhou. Dat ik, zomaar en zonder reden, in alle bescheidenheid, het aan het rechte eind had.

Schijn bedriegt

Mysterieus beklinken
Mijn foute woorden
Hun kort bestaan
Doch schijnt het dat
Zij hun schoonheid ziet
Want eindig noch volmaakt
Komt de waarheid aan het licht
Dat schijn nog altijd doet
Niets anders dan bedriegt

Brief aan mijn dochter (1)

Dag dochter

Sinds vandaag ben je er. Het is te zeggen: je bent er al langer maar je was tot nu zo’n vaag begrip. Je was ‘de baby’ of beter ‘de scampi’, want vorm noch geslacht had je. Vandaag kwam daar dus verandering in, je bent een meisje. Althans met 95% zekerheid en dat is al wat. Als je ooit met zo’n rapporten naar huis komt, zal ik trots zijn (en niet onterecht). Als je de beslissingen in je leven neemt gebaseerd op 95% zekerheid, dan is dat ook al iets want doorgaans springen we het diepe in wetende dat we misschien wel kunnen zwemmen. Het leven is één grote dieperik, dus 95%, daar kan je al wat mee.

Een meisje dus. Dat betekent dat de voorbije jaren praktijk slechts deels zijn nut zullen bewijzen al zijn we uiteraard gewapend. Het moment dat je je broer leert kennen, zal je dit wel snappen. Dat betekent ook vriendjes, ‘ik wil een piercing’ en vlechtjes. Het betekent zo veel meer dan ik nu maar kan inbeelden. Ik heb dus nog een lange weg te gaan, maar ik niet alleen, jij ook. Begin augustus verwachten we je, dus hebben we nog wat marge. Weet dat ‘op tijd komen’ een mooie eigenschap is die best door veel mensen geapprecieerd wordt, ik geef het je maar mee.

Je broer is er ook klaar voor en ging om die paraatheid kracht bij te zetten dit weekend als een volleerd grote kerel op de pot. (Hij braakte net zoals diezelfde grote kerel in diezelfde pot, maar dat terzijde). Hij vertelde dit weekend dat het ‘zus’ zou worden en bevestigde dit door veelvuldig ‘ja’ te knikken, op het bizarre af zelf. Of hij dit met 95% zekerheid deed, betwijfel ik, maar je moet het hem toegeven: vastberaden is hij wel.

Hoe het ook zij, je bent meer dan welkom,  meer nog dan 95%, al zou ik graag hebben dat je je tijd neemt. Augustus is perfect, dat zul je dan wel merken!

Groei ze, kleine meid!
Uw vader die binnenkort leert vlechten.

Brief aan de schepen van cultuur van Stad Harelbeke

Beste

Negenentwintig minuten en geen minuut langer. Negenentwintig minuten lang heeft de vreugde geduurd. Negenentwintig minuten lang waande ik me schrijver, eentje die gelauwerd, gepubliceerd en op handen gedragen zou worden. Negenentwintig minuten lang beeldde ik me in hoe ik de heersende koningen der Vlaamse letteren al van de troon gestoten had. Ik pende ontroerende woorden neer vol hartstocht en verdoken passie en deelde deze pure intimiteit met uw administratie. Negenentwintig minuten lang ben ik er van overtuigd geweest dat zij er oprecht ontroerd van waren, elkaar even bevestigend aan knikten en als het even kon ook een traantje wegpinkten, al was het maar een kleintje.

Niets is minder waar. Na negenentwintig minuten pure euforie, kwamen de woorden die een symbolisch wig door mijn schrijvershart boorden:

Beste,
Onderstaande mail werd u per vergissing toegestuurd.
Hierbij sturen wij u de rechtzetting. Wij excuseren ons voor deze vergissing.

Geen greintje sympathie. Droge verontschuldigingen moeten m’n tranen drogen. Mijn pen ligt doelloos naast mij op zoek naar een zin in dit leven. Ik ben een gebroken man. Meer kan ik niet zeggen. Niet gelauwerd, noch gepubliceerd. Zelfs een troostprijs kan mijn poëzie niet krijgen, noch troost kon ze brengen.

Gelukkig hebt u nog enkele weken tijd voor de finale uitreiking. Tijd om uw fouten recht te zetten en de pracht van mijn schrijven in te zien. Tijd om de brokken te lijmen. Ik beloof u dat ik het sportief zal opnemen en er met niemand een woord over rep. Over sommige dingen moet niet gepraat worden, fairplay van mijn kant heet dat.

Met de meeste hoogachting en de nodige korrels zout van een toch ietwat groen lachende ik.

Jurgen Holvoet