Volle maan II

Onder haar gloed
Verloren we die nacht
Onze onschuld
Haar schijnen was
Allesbehalve heilig
En in die stilte viel
De rijm over de daken
Gleden we langzaam
De ochtend tegemoet

Advertenties

Brief aan mijn grootmoeder

Dag meter

Wie had er ooit gedacht dat ik je een brief zou schrijven? Ik alleszins niet, het was eenvoudiger gewoon even je deur plat te lopen en zien of de koffie reeds doorliep. Of zo ’s zondags rond 11u wetende dat je barkast vast iets lekkers te bieden had. Het waren kleine tradities die zo gewoon waren maar toch bijzonder, al besef je dat vaak niet. Ze zeggen vaak dat je pas beseft wat je hebt als het er niet meer is. Het is een cliché zo groot als een huis maar het klopt wel. We weten allemaal dat we ooit moeten afscheid nemen, al heb ik dat bij jou nooit gedacht. Je was er altijd en het leek me een evidentie dat dat ook altijd zo zou zijn. Je was de standvastigheid waar we altijd op konden rekenen. Een telefoontje met een vraag of kun je dit en dat en nooit was het antwoord ‘neen’. Je vond altijd wel iets als oplossing voor onze banale problemen. In tijden van crisis bood je me een dak boven het hoofd en een warme maaltijd. Veel uitleg wou je niet, je zorgde gewoon dat er een eenvoudig gerecht op tafel kwam ‘want eten moeten we toch’. Tijd en boterhammen brengen raad, zei je me. Je had vast en zeker gelijk.

Het was gek te moeten beseffen dat het jou was die we deze morgen in de kerk zagen: een kleine urne, een foto en wat bloemen. Meer niet. Ashes to ashes, dust to dust. Ge zijt als ezel geboren en als ezel zult ge sterven. We zijn na de begrafenis tot bij je thuis getrokken, dronken een koffie en praten nog wat na. Over hoe gek je dingen verzamelde. Over hoe pepe vroeger misschien net iets te laat thuiskwam en jij hem opwachtte. Over ‘hinne met rist’ en over die keer dat je weer eens een taart had gebakken waar iets niet aan klopte maar je altijd wel wist wat. Over de zondagen waar we als kind bij je kind aan huis waren. Over je auto met z’n 27 jaar en amper kilometers op de teller. Over die keer dat je gordijntjes in mijn camionette installeerde en bijna uit het geïmproviseerde bed donderde. Over alles en nog wat, met een lach en een traan. Ik ben er zeker van dat we dat de komende dagen, weken en maanden nog wel gaan doen. Tijd en boterhammen. Tijd en boterhammen.

Morgen ‘Hoogdag’, eentje met een halte minder. Het zijn zaken die zullen moeten wennen. Deze zondag trek ik m’n eigen barkast open, meme. Ik zal het glas heffen. Op jou. Op je leven en op al wat je voor ons gedaan hebt. Ik hoop dat je er, waar je ook bent, van mee kan genieten met mensen rond je die je al veel te lang moest missen. Wees maar zeker dat we nog vaak aan je zullen denken!

Tot later, meter. Want als ezel zijn we geboren. En als ezel zullen we sterven.
Jurgen

Storm op zee

De smaak van angst hangt in de lucht
Als een ziltige zeetong likt ze onze lippen
En met een droge mond roepen we om hulp
Tevergeefs, want slikt ze onze woorden in
En zonder dralen, verdrinken we in het kille sop

Volle maan

Weer staart ze in het ijle
En terwijl vandaag straks
Weer gisteren wordt
Glijden we samen
De nacht tegemoet
Hoog aan de hemel
Gunt ze me geen blik
Maar verlicht ze de geest

Tevergeefs

De ontdekking van de wereld

Verloren lopen we elkaar het vaakst tegen het lijf
Maar haten we de opgesomde lijsten
Van moeten en dwang en afgelijnde paden
Schrijden we schrijlings tot de weg zichzelf verliest
Een tocht zonder einde uit een schaarser begin
De ontdekking van de wereld
Zinloos onderweg